Select Page

Triatlon, dat zijn golven van emoties. Je kan dus maar beter leren surfen. Is er geen spreekwoord in die trant? Echt surfen deed ik nog maar één keer in mijn leven. Juist. In Hawaii. Twee dagen na de Ironman stond ik er samen met Jim De Sitter en Kurt Lobbestael op een plank. Of we deden een poging althans.

Een Amerikaanse buurman had het me weken voor de race beloofd. Na de Ironman neem ik je mee en leer je surfen. Sure! Daar kwam zeker niets van, dacht ik bij mezelf. Maar na de race stond Adam aan de deur. Jouw vrienden? Tuurlijk, dat zijn ook mijn vrienden. Overmorgen om 6 uur pik ik jullie op. Zijn nonkel en enkele anderen werden opgetrommeld. Op de spot aangekomen zette het gezelschap zich neer op de vangrail. Rustig koffie slurpend en naar de deinende Pacific Ocean kijkend. Ik begreep het niet goed … We gingen toch surfen? Even wachten, vertelden ze me. Eén plank hadden ze tekort en deze gingen ze huren in een shop aan de overkant van Ali’i Drive. Een half uur later zaten we daar nog steeds … Voorzichtig vroeg ik hoe laat de winkel opende. Rond acht uur was hun antwoord. Hoe ‘chill’ kan je zijn… En hoe ‘cool’ het surfen uiteindelijk was. Bovendien had ik nooit een betere ‘décrassage’ zoals ze dat zo mooi zeggen op Anderlecht.

Net die mentaliteit maakt dat ik me zo goed voel op de The Big Island. Ik heb er dan ook opnieuw voor gekozen om vroeg af te reizen. Samen met mijn schoonouders vertrek ik volgende week woensdag 19/09/2018. ‘Schoonouders!?’ Ik hoor het sommigen al gillen. Neen, fijne mensen en bovendien ongelofelijk ‘sports-minded’. Op het eiland kan ik dan in de wedstrijdomstandigheden de laatste trainingsblok afwerken. Mijn meisjes en andere familieleden zullen op 3 oktober op het eiland arriveren.

Aftellen nu om, letterlijk en figuurlijk, terug te gaan surfen in Kona. En Jim De Sittter legt tijdens de raceweek alles wel op de gevoelige plaat. Als hij niet aan het surfen is tenminste.