Select Page

Font Romeu … een Frans dorpje in de Pyreneeën met 3500 uren zon per jaar, een Catalaanse identiteit, ideaal voor astmalijders, een plek op hoogte, … maar vooral een ‘resort’ voor sporters. Wat was ik er graag.

Meestal 1 à 2 weken met het gezin, vervolgens alleen.  De eerste weken verbleven we in een appartementje in het dorp. Als de meisjes terug naar België trokken, verhuisde ik naar het ‘CREPS/CNEA de Font-Romeu, het ‘centre national d’entraînement en altitude’.

Ik herinner me nog dat onze 4-jarige dochter Fillo het niet helemaal begreep. Met de tranen in de ogen en vol ongeloof vroeg ze dan: ‘Mama, moet papa hier écht blijven in dat kruiphotel?’. En daar gingen ze dan. Karen met 2 bengels van 4 en 2 en een hoop bagage richting luchthaven Perpignan. Slik. De kamertjes van nauwelijks enkele m² waren dan ook héél spartaans: een bed, lessenaar, wastafel en douche.  Eén keer kwam ik er na een lange, eenzame autorit van meer dan 14 uur uitgeput toe. Het laatste uur ervan reed ik in de sneeuw. We waren de maand mei en ik had er me iets helemaal anders bij voorgesteld. Ook toen stond het huilen me nader dan het lachen.

Maar het waren vooral momenten van plezier, kameraadschap en genieten. Samen met Bart Aernouts, Frederik Van Lierde, Olivier Cardoen, Tine Deckers, … Toen ik een keer na een lange fietstocht het middagmaal had gemist, hing er een lunchpakket aan mijn deurklink. Klassebak die Aernouts. Fré die me inzage gaf in wat hem écht motiveerde. Een jaar later was hij (ermee) winnaar van IM Hawaii. Een hele rits van kleine dingen/gebaren/gestes/…. van grote sportmannen en -vrouwen zou ik hier kunnen opsommen.

Aangezien de koffie niet te drinken was in het Creps trok ik steevast ‘s morgens om 7u30 naar een lokaal café. Daar kwamen alle locals hun koffietje drinken voor het werk. Binnen de kortste keren werd ik met een stevige handdruk begroet als één van hen.

Ik gaf er ook mijn ogen de kost. Want toppers uit alle mogelijke disciplines bereidden er zich voor op hun grote doel. Op een dag raakte ik in de fitnesszaal aan de praat met een dame. Was het de hoogte? Was het de vermoeidheid? Ik weet het niet. Feit is dat ik wel hoorde, maar niet goed luisterde. 2 uur 18 minuten en een klets had ze uitgesproken in een gesprek over marathon. ‘Niet slecht’ had ik achteloos geantwoord. De dag nadien, wat beter uitgeslapen, zag ik haar lopen. Nu herkende ik haar … Paula Radcliffe … en zij herkende me ook … Wat een afgang.

De Afrikaanse olympische- en wereldkampioenen maakten dat ik nu op training écht traag durf te lopen. Mijn ‘moemoe’ zou er hen met haar 2 valse heupen moeiteloos afgelopen hebben het merendeel van de tijd. Maar of ze hard konden lopen als het écht hard moest!? Ronduit in-druk-wek-kend!

Eén keer slaagde éne zekere Jan Frodeno er niet in om me af te schudden op de fiets. Mijn conditie was toen top, zo zou 5 dagen later blijken in IM 70.3 Switzerland. Zo goed zal ze nooit meer zijn, Jan Frodeno zal ik evenmin kloppen. Maar blij zal ik sowieso zijn als ik er in Hawaii nog één keer het maximale kan uithalen wat er momenteel in me zit.