Select Page

Morgen schrijf ik de allerlaatste pagina van mijn actieve triatlonleven. Het eindigt en ik weet niet goed wat te schrijven en/of waarmee te beginnen. Veel opofferingen heeft het gevraagd, zo veel meer heeft het teruggegeven. Wat ben ik blij dat ik in 1996 triatlon ontdekt heb.

Als tiener probeerde ik alle mogelijke sporten. Nooit was het echt mijn ding. Achteraf gezien logisch, want ik zocht een combinatie van verschillende disciplines. Mijn vader kreeg er grijs haar van. ‘Jij bent nieuwsgezind!’ kreeg ik vaak als verwijt.

Met de verbetenheid die hém zo typeert, stortte ik me op het triatlon. Nooit had hij veel wedstrijden van mij of mijn broers bijgewoond. Maar van het triatlon begon hij wel te genieten en regelmatig verscheen hij op wedstrijden. Vooral Gerrit Schellens zag hij graag aan het werk. Deed ik het goed, dan was hij fier. Maar dit te veel tonen deed hij niet. Hij is een man van weinig woorden. ‘Je moet het niet zeggen, maar doen!’.

Zelf had hij een uithoudingsvermogen om U tegen te zeggen. Hij draaide zijn hand niet om voor de Dodentocht, 4-daagse wandeltochten, … Steeds was hij bezig. Niet met één ding, maar liefst ook met 3 dingen tegelijk. Herkenbaar;-)

Tot vrijdagavond 9 oktober 2015. Samen met met hem, mijn moeder, Fillo en Fiene zit ik op het terras. Een artikel in de Gazet Van Antwerpen wordt druk besproken. Het is de vooravond van Ironman Hawaii en we hebben het over de kansen van de Belgen. Halfweg een zin begint hij te stamelen. Met zijn hand wrijft hij over zijn borst alsof zijn hart het elk moment gaat begeven. Met de MUG wordt hij afgevoerd naar het ziekenhuis. Wanneer het Fillo even later teveel wordt, ontfermt Fiene zich over haar oudere zus. Sterke dochters! In het hospitaal wordt een herseninfarct vastgesteld.

Sindsdien werkt zijn linkerkant niet goed meer mee. Hij voelt zich gevangen in zijn eigen lichaam en kan moeilijk aanvaarden dat hij niet meer kan wat hij voorheen moeiteloos deed. Vaak maakt het me boos dat hij er zich niet kan overzetten, dat hij niet wil zien tot wat hij wél nog in staat is. Misschien moet ik me ook op mezelf kwaad maken, want ik ben net zoals hij.

Het hoofdstuk ‘professioneel triatleet’ ligt al een tijdje achter me. Morgen sluit ik ook mijn periode als age grouper af. Ik hoop dat ik me nog eenmaal Iron Man mag noemen…
Daarna volgen ongetwijfeld nieuwe uitdagingen, met bijhorende ervaringen, twijfels en hindernissen, mooie en moeilijke momenten. Ik ben er klaar voor. Als ik iets geleerd heb uit mijn eigen verhaal en van de talloze collega-atleten is het wel dit:  ‘Anything is possible’. Met deze les in het achterhoofd, en een flinke dosis verbetenheid in de genen, ga ik met veel vertrouwen en de glimlach de toekomst tegemoet.

Maar eerst nog de 40ste verjaardag van Ironman vieren! A tribute to Ironman, mijn ouders en iedereen die me ooit steunde.