Select Page

Eindelijk vers brood! Brood vind je hier meestal in plastic zakken klaar om getoast te worden. Giovanni is de warme bakker van dienst. Ook de wakkere bakker, want om 6:00 AM hebben we afgesproken aan de pier voor een zwem én het ‘pane delizioso’.

Samen met hem en Kate duiken we het water in. De zonsopgang is mooi, het tempo gezapig en er zijn nog niet te veel zwemmers. Dat verandert in de terugweg. Daar heb ik op 150 meter van de pier een frontale botsing met een oudere dame. Ik schrik. Als ik ze kopje onder zie gaan, staat mijn hart helemaal stil. Gelukkig komt ze even later terug boven en toont me fier mijn hangertje van Father Damien. Ik kom niet tot vloeken, alleen tot een ‘thank you’. Misschien had ik dat laatste beter niet gezegd. Bij het voet aan wal zetten, vertelt Kate me dat ze botste met een dame … ‘Een roze badmuts?’ vraag ik. ‘Yes!’ Ik weet niet of de dame haar zwem overleeft heeft.

Terwijl ik de auto parkeer op Alii Cove, komt Karen in de verte net terug van haar loopje. Ze springt in de wagen om samen koffie te gaan drinken in San Francisco Bay Gourmet Coffee Bar en naar de ‘underpants run’ te kijken. We genieten van het ludieke evenement.

Pas daarna is het tijd voor ontbijt en 50 kilometer fietsen met een blokje in. Hierbij krijg ik even gezelschap van Bob Dejongh. Nu enkel nog samen die langverwachte koffie, Bob.

Als ik op mijn uurwerk kijk, merk ik dat ik me moet spoeden. Dit is niet Hawaiiaans. Heb een afspraak met Miguel voor een heerlijke massage. Hem ga ik zeker nog geregeld opzoeken in Lanzarote, dat staat vast. Samen met Juan Carlos koffie drinken aan de Mai Tai Pool Bar van Sands Beach. Maar in Kapelle-op-den-Bos ga ik uiteraard langs bij Jeroen Maerevoet voor sportverzorging.

Nadien haast ik me naar de registratie. Dat gaat enorm vlot. Hopelijk zaterdag ook. Er is geen weg meer terug nu. Mijn bed moet helpen me uitgerust aan de start te krijgen. Het werkt. Fris en monter vertrek ik met de familie naar een schitterende baai voor een fotoshoot met Jim De Sitter. ‘Collect moments’, weet je nog.

Op de terugweg gaat de familie iets drinken. Karen en ik rijden intussen naar de Safeway voor boodschappen. Aan de kassa breekt het koud zweet me uit. Mijn credit cards zitten thuis in de rugzak die ik kreeg bij registratie. De gewone bankkaarten doen het niet. Vervelend … een volle kar van 160,44 dollar en geen geld … ‘Ik kom terug, mag de kar opzij blijven staan?’ Het kan. In het naar buiten gaan proberen we alsnog geld uit de terminal te halen. Ook dat mislukt. Plots grijpt een vreemde man me bij de arm. ‘Come with me’. We volgen hem naar de kassa, maar begrijpen er niets van. Hij is immers helemaal geen personeel van de winkel. Zonder veel woorden betaalt hij onze rekening. Ik protesteer! Want geld is het probleem niet, het zijn de bankkaarten. ‘Wat is je naam en je adres?’ ‘Ik kom het je terugbetalen.’ Enkel zijn voornaam volgt. Die zijn we van stomme verbazing zelfs vergeten. ‘Waarom ben je zo goed voor ons?’ vraag ik. ‘I’m a Mormon’ zegt hij met een zachte glimlach. Nadien verdwijnt hij. Karen heeft de tranen in de ogen. Zelf heb ik kippenvel. Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. Niet normaal! Het maakt me zelfs een beetje bang. Ben ik al mijn geluk aan het opgebruiken!?

Ik ga wat bekomen. Wat is dit eiland haar bewoners genereus. Slaapwel allemaal onder de sterren.